De ervaring van Elizabeth in de zorg bij Defensie is omvangrijk. Ze was 23 jaar militair verpleegkundige, werkte bij een van de gezondheidscentra, op de Search and Rescue helikopter op vliegbasis Leeuwarden en in het Centraal Militair Hospitaal (CMH) in Utrecht, én ging een half jaar op uitzending naar Bosnië als flight nurse op de Cougar-helikopter. Inmiddels is ze BHV-coördinator op vliegbasis Leeuwarden. De zorg liet ze niet helemaal los. Als zorgreservist bij de Nationale Zorgreserve vond ze een manier om haar kennis en ervaring paraat te houden voor het moment dat die opnieuw nodig zijn.
Een andere functie, maar niet los van de zorg
In maart 2024 stapte Elizabeth over naar een andere functie binnen Defensie. Na jaren in de zorg maakte ze de overstap naar de functie van BHV-coördinator. Een hele nieuwe uitdaging. Op vliegbasis Leeuwarden leidt ze bedrijfshulpverleners op, denkt ze scenario’s uit, bewaakt ze de inzet van AED’s en werkt ze aan de organisatie van de BHV op de basis.
“Ik ben het eigenlijk een beetje opnieuw aan het opzetten en dat is ontzettend leuk,” vertelt Elizabeth. “En het heeft natuurlijk nog steeds ook een beetje met zorg te maken.”
Toch bleef er iets knagen. In 2020 rondde ze nog de opleiding tot praktijkondersteuner bij de huisarts af. “Één dag voor de lockdown kreeg ik mijn diploma.” In haar nieuwe functie gebruikt ze die zorgachtergrond minder direct. “Ik miste het toch wel een beetje, wilde mijn kennis op peil houden en ook mijn BIG-registratie behouden. En toen kwam de Nationale Zorgreserve op mijn pad.”
Ruimte om van betekenis te zijn in crisistijd
Het idee om zorgreservist te worden speelde al eerder bij Elizabeth. Een collega was al zorgreservist geworden en was daar enthousiast over. Toch was instappen op dat moment voor haar geen logische stap. In haar vorige functie bij het gezondheidscentrum wist Elizabeth dat ze in een crisissituatie daar zelf volledig nodig zou zijn.
“Dus leuk als ik me zou aanmelden, maar ik zou toch niks kunnen betekenen.”
In haar huidige functie is dat anders. Ze heeft meer vrijheid, kan haar tijd grotendeels zelf indelen en krijgt vanuit haar leidinggevende ruimte om iets te betekenen als dat nodig is. Ook voor training en opleiding via de Nationale Zorgreserve is die ruimte er.
Dat spreekt haar aan. Niet alleen omdat ze inzetbaar wil zijn in een crisissituatie, maar ook omdat ze haar kennis op peil wil houden. “Ik vind de trainingen en opleidingen heel waardevol. Heel fijn om up-to-date te blijven. Na dertig jaar verandert er veel in de zorg. Via de Nationale Zorgreserve kan ik daarin toch bijblijven.”
Handelen als het erop aankomt
Wat Elizabeth vanuit Defensie meeneemt in haar rol als zorgreservist? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. “Bij Defensie word je enorm goed opgeleid, juist ook op de vlakken die belangrijk zijn in crisissituaties.”
Ze vertelt over trainingen, het behandelen van trauma en het vermogen om onder druk te handelen. Tijdens uitzendingen moest ze exact weten wat ze moest doen op ieder moment. Ook buiten die context heeft ze meegemaakt dat voorbereiding en handelen onder druk het verschil kunnen maken.
Volgens Elizabeth zit de meerwaarde ook in de manier van samenwerken die ze binnen Defensie heeft geleerd. “Meedenken, vooruitdenken en je uitspreken als iets niet klopt. Zelfs als iemand een hogere rang heeft,” licht ze toe. “Niet blind erin gaan, gewoon maar doen wat de dokter zegt, maar blijf mee nadenken.” Die manier van werken - oplossingsgericht, actiegericht en gericht op verantwoordelijkheid nemen - neemt ze ook mee als zorgreservist.
Twee werelden die elkaar versterken: Defensie en de Nationale Zorgreserve
Juist daarom vindt Elizabeth de samenwerking tussen Defensie en de Nationale Zorgreserve zo waardevol. Ze heeft zelf in verschillende contexten met burgers samengewerkt, in het militair ziekenhuis en ook op uitzending. Dat verschil tussen werelden ziet zij niet als een belemmering, maar als een kracht.
“Ik denk dat we juist heel veel van elkaar kunnen leren.”
Aan collega’s of anderen die twijfelen, zou ze het dan ook zeker aanraden om zich erin te verdiepen. Zeker als het zorghart nog altijd klopt. “Meld je sowieso aan. Je hebt altijd nog de keuze of je uiteindelijk wel of niet in staat bent om te worden ingezet. Het liefst hoop je natuurlijk dat inzet nooit nodig is,” zegt Elizabeth. “Maar laten we vooral goed blijven trainen. Een goede voorbereiding is tenslotte het halve werk.”